Ga naar de inhoud

​Wat je niet vertelt, vult de markt zelf in

4 mei 2026

“We communiceren niet zo veel naar buiten. Maar dat past ook niet echt bij ons.” Het is een zin die we vaker horen van kantoren. Begrijpelijk ook. Niet ieder kantoor wil zichtbaar zijn om het zichtbaar zijn. Veel advocatenkantoren zijn inhoudelijk gedreven, zorgvuldig en terughoudend. Ze willen geen marketingkantoor worden. Geen opgepoetste verhalen. Geen beloftes die niet kloppen.

Maar stilte is niet neutraal. Kandidaten vormen altijd een beeld. Ook als je zelf weinig vertelt. Misschien juist dan. Ze horen verhalen, lezen tussen de regels door en vullen ontbrekende informatie aan met aannames. Soms kloppen die aannames. Vaak ook niet. Maar ze hebben wél invloed op de vraag of iemand jouw kantoor overweegt.

In het vorige deel van deze serie schreven we over de echte war on talent, die ruim vóór de vacature begint. In deze blog gaat het over wat er gebeurt als je in die fase niet zichtbaar bent. Want wat je niet vertelt, vult de markt zelf in.

Stilte voelt veilig, maar is dat niet

Veel kantoren communiceren voorzichtig. Dat komt vaak voort uit goede intenties. Ze willen geen verkeerd beeld neerzetten. Ze willen bescheiden blijven. Of ze denken: onze reputatie spreekt voor zich. Dat laatste is deels waar. Reputatie doet veel. Zeker in de advocatuur. Maar reputatie is geen vaststaand gegeven. Het beeld van een kantoor wordt continu bijgewerkt. Door gesprekken. Door ervaringen. Door oud-collega’s. Door wat mensen online zien. En door wat ze juist níét zien.

Wie weinig vertelt, houdt dus niet automatisch controle. Vaak gebeurt het tegenovergestelde. Je laat ruimte ontstaan. En in die ruimte gaan anderen invullen. Daar zitten risico’s aan. Zo kan een kantoor intern veel aandacht hebben voor begeleiding, flexibiliteit of ontwikkeling. Maar als niemand dat ziet of hoort, bestaat het in de beleving van kandidaten niet. Dan blijft alleen het oude beeld hangen. Of het beeld van buitenstaanders. Of één ervaring van jaren geleden.

De markt kijkt toch wel

Goede kandidaten oriënteren zich vaak stil. Zeker mediors en seniors. Ze reageren niet zomaar op vacatures. Ze kijken eerst. Ze vragen rond. Ze volgen partners, oud-studiegenoten en kantoren op LinkedIn. Ze spreken recruiters. Ze letten op toon, stijl en gedrag.

Daarbij ontstaan snel beelden.

Soms zijn die beelden terecht. Soms zijn ze achterhaald. Soms zijn ze gebaseerd op één verhaal van één persoon. Maar voor kandidaten maakt dat niet altijd uit. Het beeld stuurt hun gedrag. Als iets niet goed voelt, gaan ze niet verder onderzoeken of het misschien anders ligt. Ze klikken weg. Ze reageren niet. Ze kiezen een kantoor dat wél herkenning oproept.

Dat is pijnlijk, omdat je het vaak niet merkt. Er komt geen afwijzing. Geen feedback. Geen gesprek. Je staat simpelweg niet op de shortlist.

Geen verhaal betekent geen aantrekkingskracht

Veel kantoren denken bij arbeidsmarktcommunicatie nog te snel aan zenden. Aan vacatures. Aan campagnes. Aan “iets moeten met LinkedIn”. Maar het begint veel eerder en kleiner. Het begint bij herkenbaarheid.

Kandidaten willen weten hoe het echt is om ergens te werken. Niet alleen wat het kantoor doet, maar hoe het kantoor denkt. Hoe mensen samenwerken. Hoe druk wordt verdeeld. Hoe partners bereikbaar zijn. Of er ruimte is voor een andere route dan het klassieke partnerpad. Als je daar niets over vertelt, blijft er weinig over om op aan te haken.

Een goede naam helpt. Mooie zaken helpen ook. Maar voor veel kandidaten is dat niet genoeg. Zeker niet wanneer ze al goed zitten. Dan moeten ze een reden voelen om nieuwsgierig te worden. Die reden ontstaat zelden door een vacaturetekst alleen. Je wordt dus niet altijd afgewezen omdat je aanbod niet goed is. Soms word je overgeslagen omdat niemand weet wat je eigenlijk te bieden hebt.

Reputatie ontstaat in de leegte

Reputatie is geen slogan. Het is de optelsom van gedrag, verhalen en signalen. Juist daarom is stilte zo bepalend. Want als je zelf geen actuele verhalen deelt, blijven andere verhalen langer rondzingen. Een oud beeld van hoge werkdruk. Een indruk van afstandelijkheid. Een aanname over weinig doorgroei. Een ervaring van iemand die jaren geleden vertrok.

Daarmee zeggen we niet dat kantoren alles moeten delen. Zeker niet. Arbeidsmarktcommunicatie hoeft niet luid te zijn. En ook niet persoonlijker dan bij je past. Maar het moet wel kloppen. En het moet zichtbaar genoeg zijn.

Een kantoor dat rustig, degelijk en inhoudelijk sterk is, hoeft zich niet ineens speels of uitgesproken te presenteren. Sterker nog, dat werkt vaak averechts. Maar het moet wel laten zien wat die degelijkheid betekent in de praktijk. Bijvoorbeeld in begeleiding. In kwaliteit van dossiers. In stabiliteit van teams. In aandacht voor vakmanschap. Juist dat soort concrete signalen maakt het verschil.

Wat kun je als kantoor doen?

Begin niet met de vraag: wat moeten we posten? Begin met een betere vraag: welk beeld bestaat er nu van ons kantoor, en klopt dat nog?

Van daaruit kun je gerichter werken aan zichtbaarheid. Bijvoorbeeld zo:

Dat vraagt geen groot marketingapparaat. Het vraagt wel aandacht. En de bereidheid om jezelf van buiten naar binnen te bekijken.

Wat Van der Wel Legal Group ziet

Wij spreken dagelijks met advocaten en juristen die zich oriënteren. Niet altijd actief, maar wel bewust. In die gesprekken horen we vaak hoe scherp kandidaten al een beeld hebben van kantoren.

Soms klopt dat beeld goed. Dan merk je dat een kantoor zijn verhaal duidelijk uitdraagt. Maar soms zit er ruis. Een kantoor wordt gezien als afstandelijk, terwijl de cultuur intern juist warm en betrokken is. Of als traditioneel, terwijl er veel ruimte is voor maatwerk. Of als weinig ondernemend, terwijl jonge advocaten er juist veel verantwoordelijkheid krijgen. Voor kantoren is dat confronterend. Want intern voelt het anders. Maar de markt ziet niet wat niet zichtbaar is gemaakt.

Juist daar ligt een kans. Niet door een mooier verhaal te maken dan de werkelijkheid. Wel door beter te laten zien wat er al is.

Tot slot: je kunt niet níet communiceren

Ook stilte communiceert. De vraag is dus niet óf jouw kantoor een verhaal heeft. De vraag is wie dat verhaal vertelt. Laat je het over aan aannames, oude beelden en losse gesprekken? Of neem je zelf verantwoordelijkheid voor een eerlijk en herkenbaar beeld?

Dat laatste vraagt geen gladde campagne. Het vraagt keuzes. Taal. Voorbeelden. En leiders die begrijpen dat reputatie niet pas begint bij een vacature. In de volgende blog gaan we daarom dieper in op leiderschap. Want employer branding is geen marketingproject. Het is een leiderschapsvraag.

Wil je sparren over het beeld dat kandidaten van jouw kantoor hebben, en of dat nog klopt met de werkelijkheid? We denken graag met je mee.

📧 philip@vdwlegalgroup.nl
📞 06 11003274